
Groei vrouwelijke uitvinders in Nederland boven Europees tempo
Het aandeel vrouwelijke uitvinders in Nederland groeit sneller dan het Europees gemiddelde. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van het Europees Octrooibureau (EOB).
Tussen 2013–2017 en 2018–2022 steeg het aandeel van 11,7% naar 13,6%. In Europa als geheel nam het percentage toe van 13% in 2019 naar 13,8% in 2022. Nederland nadert daarmee het gemiddelde, maar de echte achterstand zit in ondernemerschap: slechts 5,5% van de oprichters van Nederlandse technologie-startups met een Europees octrooi is vrouw, dat is het laagste aandeel onder de grote Europese landen.
Diversiteit als kracht
In Europa heeft gemiddeld 13,5% van de octrooigerichte startups minstens één vrouwelijke oprichter. Spanje voert de lijst aan met 19,2%. Ook na correctie voor sector en groeifase blijft Nederland 4,3 procentpunt achter. "Europa heeft veel te winnen als meer vrouwen een rol spelen in innovatie", zegt António Campinos, voorzitter van het EOB. "Diversiteit is geen luxe, maar een drijvende kracht achter echte doorbraken." Opvallend: bij startups jonger dan vijf jaar ligt het aandeel vrouwelijke oprichters op 14%, tegenover circa 4% bij bedrijven ouder dan 21 jaar.
Carrière kloof
De kloof wordt groter naarmate carrières vorderen. In Nederland is inmiddels 41,1% van de STEM-promovendi vrouw, maar zij blijven ondervertegenwoordigd bij het aanvragen van Europese octrooien of het oprichten van technologiebedrijven. Vooral bij de stap van academisch onderzoek naar commerciële toepassing treedt de bekende ‘leaky pipeline’ op. Universiteiten kennen met 24,4% het hoogste aandeel vrouwelijke uitvinders, terwijl het mkb en individuele aanvragers achterblijven.
Grote onderlinge verschillen
Ook binnen vakgebieden zijn de verschillen scherp. In farmaceutica (34,9%) en biotechnologie (34,2%) is het aandeel vrouwelijke uitvinders relatief hoog, terwijl werktuigbouw (5,7%) en mechanische elementen (4,9%) sterk achterblijven. Het beeld is dubbel: de instroom groeit, maar de doorstroom naar impactvolle innovatie en ondernemerschap stokt. Daarmee blijft een aanzienlijk deel van het Nederlandse innovatiepotentieel onbenut.